Have any questions? Feel free to contact us:
+1 701 378 2212
info@stylemixthemes.com

De uitdagingen van proportioneel en effectief toezicht

Als een leerkracht van de basisschool de kinderen heeft uitgezwaaid, begint achter het beeldscherm nog het arbeidsintensieve bijwerken van de leerlingdossiers. Dat geldt ook voor de verpleegster na haar ronde, voor de politieagent, de jeugdzorgmedewerker… Dat rijtje kan gemakkelijk aangevuld worden met allerlei andere beroepen die een substantieel deel van hun tijd kwijt zijn aan…

Als een leerkracht van de basisschool de kinderen heeft uitgezwaaid, begint achter het beeldscherm nog het arbeidsintensieve bijwerken van de leerlingdossiers. Dat geldt ook voor de verpleegster na haar ronde, voor de politieagent, de jeugdzorgmedewerker…

Dat rijtje kan gemakkelijk aangevuld worden met allerlei andere beroepen die een substantieel deel van hun tijd kwijt zijn aan het “vastleggen” en afvinken van checklists. Die dossiers moesten vroeger ook bijgehouden worden, maar de eisen eraan zijn in de loop der tijd exponentieel gegroeid. De dossiers dus ook. De vraag – ook gesteld door mijn collega Roderik Bolle – is wie al die rapportages en afvinklijstjes leest en waartoe ze dienen. Het antwoord dat ik krijg, luidt vaak: “voor als het een keer misgaat”. Maar is dat nou het doel van al die administratieve druk en lange controlelijsten waardoor er minder handen aan het bed en blauw op straat te zien zijn?

Als vermogensbeheerder en ontzorger van families en filantropische fondsen zijn wij gecertificeerd en staan wij onder toezicht van verschillende instanties, zoals De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Met dat onafhankelijke toezicht hebben wij geen enkele moeite. Sterker nog: het is voor onze klanten een extra garantie dat wij verantwoord met hun assets omgaan en voldoen aan strikte eisen op het gebied van ons beleggingsbeleid, onze eigen procedures, uitbestedingsbeleid, financiële huishouding, IT en van goed opgeleid personeel.

Orchestra moet dus “compliant” zijn met alle regels en vereisten in het financiële domein, maar tegelijkertijd hebben wij zelf ook een rol als “gatekeeper”: we dienen er mede op toe te zien dat onze (potentiële) klanten zich ook aan de regels houden en dus compliant zijn. Zo is er voor ons een meldingsplicht voor verdachte transacties en zijn er uitgebreide checklists voor de identificatie van (nieuwe) klanten in het kader van de WWFT: de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ook wel de Dutch Anti-Money Laundering and Anti-Terrorist Financing Act genoemd.

In de loop der jaren is de regeldruk, mede in het kader van de WWFT, fors toegenomen. Je zou kunnen zeggen dat er in de afgelopen decennia een hele “compliance-industrie” is ontstaan. Zo zijn er postdoctorale compliance-opleidingen gekomen en alle grote consultancy’s en advocatenkantoren hebben nu aparte afdelingen die adviseren op het gebied van compliance. De roep om meer regels en toezicht werd en wordt vooral gevoed door een aantal grote (witwas)schandalen, zoals bij ABN AMRO en ING. Dat is een serieus maatschappelijk probleem: het geld dat bij bewaarbanken aangeboden wordt moet daarom “aan de poort” goed gecontroleerd worden om te voorkomen dat zwart geld in het legale systeem binnendringt.

Voor vermogensbeheerders zoals Orchestra ligt dat net even anders. Voor de vermogens die wij onder beheer nemen of die op een effectenrekening worden gestort, is er immers altijd al zo’n poortcontrole geweest: accountants, fiscalisten en ook de Belastingdienst zelf hebben er al uitgebreid naar gekeken. Toch moeten wij bijvoorbeeld van vermogensfondsen en ANBI’s, die soms al honderden jaren bestaan, ook (opnieuw) uitgebreid het doopceel lichten, zoals naar de originele herkomst van het vermogen. Willen wij het vermogen van zo’n fonds onderbrengen bij een andere bewaarbank, dan moeten we opeens door heel veel administratieve hoepels springen om aan de zware dossiereisen te voldoen. Dat is wel merkwaardig, want waren we niet van bank gewisseld, dan zou niemand al die vragen stellen (al begint dit laatste nu wel te ontstaan door periodieke reviews).

Maar, zult u misschien vragen: is dat nou zo erg, die controles? Better safe than sorry. We moeten toch allemaal alert blijven?

Toch is dat wel erg om een aantal redenen. Er zijn praktische en meer fundamentele.

In de eerste plaats creëer je veel onnodig dubbel werk. Dat zegt misschien iets over het vertrouwen dat we kennelijk hebben in andere gatekeepers (of beter gezegd: het klaarblijkelijke gebrek eraan). De inefficiency die dat oplevert, heeft in elk geval een prijs in uren die ergens betaald moet worden.

Verder zien wij in onze praktijk dat oordeelsvorming van de werkelijkheid van onze (potentiële) klanten wordt gereduceerd tot zwartwit-vragenlijsten. Een hoogbejaarde weduwe moet worden doorgezaagd op privéniveau alsof ze koffers met drugsgeld onder haar bed heeft liggen. Dat is pijnlijk en zo’n gesprek wordt eigenlijk gevoerd vanuit een a priori-wantrouwen. Zonder oog voor de realiteit. Daarmee ben je geen “gatekeeper” maar een robot die een ja/nee-lijstje invult die niet meer is dan een momentopname. Onze ogen en oren doen er eigenlijk niet meer toe. En er wordt voorbijgegaan aan onze intrinsieke motivatie: ook Orchestra wil geen fout geld beheren of beleggen. Wij trekken dan sowieso aan de bel, ook als er geen Meldpunt was geweest.

Mijn meest fundamentele bezwaar tegen de almaar zwaardere en uitgebreide dossiereisen is echter: welk doel dienen ze eigenlijk? Toch hopelijk niet “voor als het misgaat”, zoals ik hierboven schreef?

Als het doel is om zoveel mogelijk criminaliteit, zoals witwassen, te voorkomen kun je de vraag stellen of dat monster verslagen wordt door de vorm van gedelegeerd toezicht die nu vooral onze welwillende klanten op kosten jaagt. Wat knaagt is het gevoel dat “de echte boeven” zich bevinden in een realiteit die niet of nauwelijks op de radar komt van beleidsmakers en (gedelegeerde) toezichthouders. Recente gebeurtenissen bevestigen nog eens dat de georganiseerde criminaliteit in Nederland z’n tentakels in allerlei richtingen heeft uitgeslagen en dat vermenging van onder- en bovenwereld een niet meer te ontkennen structureel probleem geworden is. Dan gaat het om geld dat níet via een gecertificeerde gatekeeper als Orchestra rondgaat. Geld dat geen enkele vragenlijst tegenkomt en geen voorwerp van onderzoek is. Dat is meer werk voor opsporingsambtenaren, dan voor vinkjeszetters zou je zeggen. De vraag is derhalve gerechtvaardigd of alle toezichtsenergie wel de juiste focus heeft.

Deze column is geen jij-bak richting toezichthouders. Als je alle dossiereisen stuk voor stuk bekijkt, zijn ze zeker niet van redelijkheid ontbloot. Maar de stapeling ervan in de loop der jaren, in combinatie met de controle door verschillende gatekeepers die allemaal hun eigen checklists hebben af te werken en waar onderlinge afstemming ontbreekt, betekent in de praktijk geen efficiëntere bestrijding van witwassen of andere vormen van financiële criminaliteit. Eerder bevorderen ze de reeds genoemde onbedoelde neveneffecten: momentopnames van cliënten die al op de radar van andere toezichthouders en gatekeepers zitten en die een steeds grotere en duurdere papiermolen laten ronddraaien. De checklists ontmoedigen kwalitatief toezicht van de gatekeepers die als vooruitgeschoven posten in de financiële markten een belangrijke taak te vervullen hebben. Zo voelen wij dat ook: het is een verantwoordelijkheid waar wij bij Orchestra zeker niet voor weglopen. Ik zou echter graag willen dat we niet méér toezicht krijgen, maar vooral slimmer toezicht. Niet toezicht om je in te dekken “voor als het misgaat”, maar om een meetbare vooruitgang te boeken in de strijd tegen onoirbare praktijken. Concreet: geen stapeling van werk en kosten, een betere afstemming tussen de toezichthouders en de gatekeepers onderling, maar vooral een andere visie op de rol van compliance binnen het toezicht. Proportionele compliance als middel, niet als doel.

Die systemische verandering naar proportioneel en effectief toezicht gaan wij samen met andere gatekeepers, toezichthouders en beleidsmakers graag aan: niet alleen in het belang van onze klanten, maar ook om onderliggende maatschappelijke problemen te helpen oplossen. Een eerste belangrijke stap zou kunnen zijn om het huidige “nadeel van de twijfel”- het “schuldig, tenzij” als startprincipe – voor onze klanten te draaien naar het “voordeel van de twijfel”. Het toezicht kan daarbij gerichter en efficiënter door duidelijker aan te geven waarom iemands doopceel (opnieuw) en door wie gelicht moet worden. Dat wordt nog een hele kluif, maar wel een noodzakelijke en een verantwoordelijkheid die we samen moeten dragen.


Raad & daad

Wilt u meer weten over ons portfoliomanagement en onze vaste vergoeding als onderdeel van geïntegreerd vermogensbeheer? Orchestra helpt u met raad en daad. Neem contact met ons op voor nader advies en ondersteuning: contact@orchestra-contact.com

Bekijk hier de eerste column: beleggen in tijden van ‘hogesnelheidshypes’

Auteur: Orchestra